met
Tauba Auerbach, Anna-Maria Bogner, Claudia Comte, Mary Corse, Ann Edholm, Gloria Graham, Carmen Herrera, Sonia Kacem, Ariane Loze, Julia Mangold, Agnes Martin, Mary Obering, Charlotte Posenenske, Jessica Sanders, Anne Truitt, Meg Webster and Marthe Wery
Georganiseerd door
Eleonore de Sadeleer and Evelyn Simons

Figures on a Ground. Perspectives on Minimal Art overbrugt evidente tegenstellingen zoals het het universele vs. het persoonlijke; ratio vs. emoties ; kalmte vs. hysterie – binaire noties die doorheen de kunstgeschiedenis werden aangewend om het Minimalisme af te bakenen als een kunstuiting die de externe wereld ontkent. Naast de gangbare interpretatie dat het Minimalisme exclusief zelf-referentieel en niet-representatief is, droeg gebruik van gestandardiseerde en in massa geproduceerde industriele materialen trouwens alleen maar bij aan dit idee van menselijke onthechting.

In zekere zin lijkt Figures on a Ground in haar felle uitbundigheid nogal antagonistisch voor een tentoonstelling over Minimalistische kunst. Ondanks het feit dat het reductionisme – basisprincipe van het Minimalisme – als een rode draad doorheen de tentoonstelling loopt, maakt verstilling plaats voor onverwachte ingrepen, in een poging het Minimalisme te herdefiniëren.

Werk van historische pioniers wordt getoond naast praktijken van hedendaagse kunstenaars die zich inschrijven in, dan wel het Minimalisme bevragen. Op deze manier wordt het Minimalisme benaderd middels vraagstukken omtrent ruimtelijke perceptie, het relationele, de natuur en het heilige, het lichaam en spiritualiteit.

De haast theatrale verschijning van de werken, alsook de democratisering van vorm en interpretatie, plaatst de omringende ruimte (die zowel het werk als het bewegende lichaam van de kijker ontvangt), centraal. Figures on a Ground doorbreekt singuliere definities over Minimalistische kunst, en blijft tegelijkertijd trouw aan de diepgewortelde en radicale karakteristieken waarmee de beweging de kunstgeschiedenis op een ander spoor zette.

De notie van ruimte en perceptie is vooral aanwezig in de installatie van de Duitse kunstenares Julia Mangold (°1966), die bestaat uit imposante rechthoekige volumes in hout, bedekt met pigmenten, lak en was. Ze lijken haast gemaakt van industrieel metaal: ondoorzichtig en raadselachtig, wat bijdraagt aan het imposante gevoel van fysieke aanwezigheid. De Belgische kunstenares Marthe Wéry (1930 – 2005) experimenteerde uitgebreid met de schilderkunst en de afzonderlijke onderdelen ervan. Ze manipuleerde daarbij vooral de dragers: door ze te herbestemmen als ruimtelijke objecten, of ze te groeperen op onconventionele, architecturale wijze. Anna-Maria Bogner (°1984, Oostenrijk) brengt eveneens een verhoogd ruimtelijk bewustzijn op gang door het gebruik van een eenvoudige elastische band, die de logische instroom van de ingang van Fondation CAB vervormt. Dit lintachtige patroon vindt een echo in de overkoepelende en monumentale muurschildering van een hellend Zig-Zag motief van de Zwitserse kunstenares Claudia Comte (°1983, Zwitsers), dat zowel autonoom verschijnt, als scenografisch de andere tentoongestelde werken omvat.

Deze interventies weerspiegelen een performatieve en theatrale dimensie die verwijst naar het lichaam, aanwezig in verschillende werken doorheen de tentoonstelling. De gestandardiseerde kartonnen sculptuur vanCharlotte Posenenske (1930 – 1995, Duits) staat opgesteld als een antropomorf schepsel en moet door de “gebruiker” vrij worden samengesteld, in navolging van het radicale manifest van de kunstenaar, waar ze noties rond auteurschap in vraag stelt. De Zwitsers-Tunesische kunstenares Sonia Kacem (°1985) was van februari tot maart 2020 in residentie bij de Fondation CAB en stelt twee locatiespecifieke interventies voor, gemaakt van zware stoffen die rond armaturen worden gespannen, en die kunst, architectuur en scenografie met elkaar verbinden. Ariane Loze (°1988, Belg) was voordien in december 2019 in residentie en verdiepte zich in edities van Art Press en L’Art Vivant uit 1972 en 1973, om originele interviews van de “stichters van het Minimalisme” te onderzoeken. Ze brengt de citaten van deze (mannelijke) kunstenaars opnieuw tot leven in een performance die ook de geabstraheerde en sculpturale architectuur van Fondation CAB omvat.

De algemeen aangenomen indruk dat het minimalisme uitsluitend puriteins en rationeel is, staat in schril contrast met het opmerkelijke oeuvre van Agnes Martin (1912 – 2004, Amerikaans), beschouwd als één van de pioniers van het Minimalisme. Haar reflectie op de natuur, geluk en schoonheid uitte zich in het handmatig tekenen van lijnen: een repetitief en therapeutisch proces met een ingehouden en fragiel resultaat. Het schilderij van de iconische Anne Truitt (1941 – 2004, Amerikaans) is uniek in haar gelaagdheid van dunne en oneindige stroken quasi doorschijnende verf. Haar werk werd geïnformeerd door een zelfverklaarde zoektocht om de eenvoudigste vorm met een maximale betekenis te laten doorklinken. De koperen en bescheiden monoliet van Meg Webster (°1944, Amerikaans) refereert dan weer aan een delicate menselijke schaal, en beoogt een unisono van menselijke energie met deze van ruwe organise materie.

Het Minimalisme wordt doorgaans ook gelijkgesteld aan kunst die niet relationeel is, die met andere woorden enkel naar zichzelf verwijst. Toch is de verbondenheid met de natuur omnipresent in verscheidene Minimalistische kunstpraktijken. Dat blijkt uit het werk van Gloria Graham (°1940, Amerikaans) en Jessica Sanders (°1985, Amerikaans), die de contemplatie van de natuur stimuleren, zonder deze letterlijk te verbeelden. Graham’s werk Untitled (1982) combineert een spirituele lezing van het universum als holistisch, met wetenschappelijk denken: ze verbeeldt moleculaire structuren van kristallen en mineralen. Sanders laat net de oncontroleerbaarheid van de natuur toe in haar werken, gemaakt met bijenwas – waardoor de levenscyclus van het materiaal in één verstild moment wordt gegoten.

Langsheen een dialoog tussen verschillende generaties vrouwelijke kunstenaars, benadrukt Figures on a Ground, Perspectives on Minimal art. het feit dat vrouwen, ondanks hun verduistering in de kunstgeschiedenis, wel degelijk een aandeel hadden in de artistieke experimenten van het Minimalisme: één van de meest prominente culturele ontwikkelingen van de 20ste eeuw. De tentoonstelling schijnt tevens een licht op atypische interpretaties van het Minimalisme, en hoe deze hedendaagse kunstenaars blijven beinvloeden die een abstracte, geometrische en niet-referentiele beeldtaal combineren met een complexe en intuïtieve aanpak.

Aan de andere kant heeft hun manier om het minimalisme te benaderen, en blijft ze hedendaagse kunstenaars stimuleren en beïnvloeden die, hoewel ze een abstracte, geometrische en niet-referentiële benadering hanteren, toch een complexe en intuïtieve praktijk ontwikkelen.

De titel van de tentoonstelling verwijst naar de theorie van Figure-Ground, volgens welke de perceptie figuren op natuurlijke wijze ontkoppelt van hun achtergrond. Dit is een fundamenteel proces in ons visueel begrip van hoe onze omgeving ruimtelijk is georganiseerd. Door vrouwelijke protagonisten uit het Minimalisme naar de voorgrond te halen, wordt een nieuw en cruciaal evenwicht in de kunstgeschiedenis voorgesteld.

 

 

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief