Exposition — Brussel

STRUCTURES OF RADICAL WILL

Van 24/03/2021 tot 24/07/2021

met

Joe Baer, Béatrice Balcou, Marion Baruch, stanley brouwn, Andre Cadere, Kapwani Kiwanga, Sol LeWitt, François Morellet, Robert Morris, Yvonne Rainer

Georganiseerd door

Beatrice Gross

De groepstentoonstelling Structures of Radical Will onderzoekt de notie van lichamelijkheid die een belangrijke rol speelt in de minimalistische kunst.

De focus van de tentoonstelling ligt op de zintuigelijke ervaring die kunst biedt en benadrukt de afhankelijkheid van de ruimte en tijd waarin ze worden gepresenteerd. Van de conceptie tot de receptie van de geselecteerde werken, het waarnemende lichaam heeft steeds de centrale rol, ook al blijft dit lichaam grotendeels afwezig in de representatie. Door een onophoudelijk heen en weer schakelen tussen angst en cognitie, tracht Structures of Radical Will een nieuw licht te werpen op de kritische en politieke reikwijdte die de artistieke canons bezitten.

De titel van de tentoonstelling vindt zijn oorsprong in de combinatie van twee kunsthistorische referenties. Enerzijds Primary Structures, de tentoonstelling die in 1966 in het Joods Museum in New York werd gehouden en die tien pioniers van de zogenaamde minimalistische sculpturen introduceerde. Anderzijds Styles of Radical Will, Susan Sontags tweede verzameling essays gepubliceerd in 1969, gewijd aan verschillende kunstvormen van haar tijd en de staat van bewustzijn dat deze kunsten kunnen teweegbrengen. Naast werken van historische figuren uit de jaren zestig en zeventig, toont Structures of Radical Will op zijn beurt ook recente producties van minder bekende of jongere artiesten, en brengt het zo voor het eerst werken van Jo Baer, Béatrice Balcou, Marion Baruch, Stanley Brouwn, André Cadere, Kapwani Kiwanga, Sol LeWitt, François Morellet, Robert Morris, en Yvonne Rainer samen.

Ontworpen door gastcurator Béatrice Gross voor de twee locaties van Fondation CAB, ontvouwt Structures of Radical Will zich organisch tussen de hoofdsectie in Brussel en de uitbreiding in Saint-Paul-de-Vence. Door verschillende, maar nauw verwante kunstwerken te tonen, creëren de twee hoofdstukken van deze tentoonstelling een symbolische brug tussen de twee locaties van de Stichting.

Opening op 24 maart van 15 tot 20h.

Tentoonstelling van 25 maart tot 25 juli 2021
Van woensdag tot zaterdag van 12 tot 18h

Béatrice Balcou

Het is tevens de fundamentele co-aanwezigheid van het werk en de circulatie van blikken en beelden die Béatrice Balcou (°1976, Tréguier, Frankrijk) met een doorgedreven nuchterheid en nauwkeurigheid ensceneert. Sinds 2013 bestaat de performanceserie Céremonies sans titre uit het in stilte onthullen van het werk van een andere kunstenaar dan zijzelf. Uit dit performatieve corpus worden zogenaamde “placebo”-werken geboren. Deze houten replica’s van bronwerken, die oorspronkelijk bedoeld waren als oefenmateriaal voor ceremonies, zijn werken op zich geworden. Vergezeld van hun Impressies, mysterieuze fotografische afdrukken, voltooien de Placebo’s hun missie om aandacht te trekken. Door middel van deze drievoudige trigger stelt de kunstenares het hele hedendaagse apparatus van de tentoonstelling en receptie van kunst in vraag, waarbij zij voorstelt de ervaring nieuw leven in te blazen.

Sol LeWitt

Verrassend genoeg zijn Sol LeWitt (°1928, Hardford, Conn. VS, d. 2007, New-York, NY. VS) permutatiesystemen ook gebaseerd op een handelend lichaam. In dit geval gaat het niet over een potentiële manipulatie, maar eerder over een sublimatie van Eadweard Muybridge’s decompositie van beweging. De chronofotografie van Muybridge werd gepubliceerd in Animal Locomotion (1887), en werd door LeWitt – dé pionier van de conceptuele kunst – in het begin van de jaren 1950 ontdekt. Hij raakte geïnspireerd door de methodische inzet van een onderzoekende narratieve logica: zijn geometrische variaties moeten dan ook worden opgevat als “narratieven van vormen”. Op de beweging van het niet geconfigureerde lichaam van deze afwezige genese, antwoorden die in de handeling van de belichaamde en beweeglijke blik die navigeert tussen 2 van de 122 door LeWitt bedachte manieren om een volledige kubus niet te bouwen.

André Cadere

In zijn provocatieve picturaal-performatieve praktijk wijst André Cadere (°1934, Warsaw, Poland, d. 1978 ,Parijs, Frankrijk) traditionele kunstinstellingen aan als mogelijke plaatsen van overheersing en onderdrukking. Deze nomadische en protesterende kunstenaar trok de gebruikelijke modaliteiten van de zichtbaarheid van, en toegang tot kunst en de daaruit voortvloeiende machtsverhoudingen continu in twijfel. Sinds 1970 infiltreerde hij consequent openingen van galeries en musea, met zijn iconische houten stok in de hand. Deze resolute ex situ werken belichamen wat de kunstenaar “eindeloos schilderen” heeft genoemd, waarvan de cilindrische segmenten een systeem van wiskundige permutatie volgen dat telkens opzettelijk wordt verstoord door een fout. Nog doorslaggevender, voegt Cadere daaraan toe: “een driedimensionaal object van variabele afmetingen, de ronde houten staaf heeft noch boven noch onder, noch voor noch achter, noch begin noch einde.” 

Kapwani Kiwanga

De vloeiende tweekleurige tinten van Kapwani Kiwanga’s (°1978, Hamilton, Canada) Linear Paintings zijn resoluut vlak en verwijzen naar pogingen om het lichaam te controleren. Ze eigent zich een kleurenpalet toe dat doorgaans wordt aangewend om in te spelen op menselijk gedrag – van werkers, patiënten of studenten. Kiwanga zet op deze manier haar onderzoek verder naar disciplinaire architectuur en de strategieën die deze inzet om fysiologisch of psychologisch invloed uit te oefenen op haar gebruikers. De kunstenaar baseert haar chromatische gamma op de kleurentheorieën van de reformistische hygiëne-beweging van het begin van de 20e eeuw. Vervolgens neemt zij specifieke en concrete plaatsen van institutionele structuren (scholen, gevangenissen, ziekenhuizen) als referentie, om middels horizontale afbakeningen in elk van haar schilderijen metaforisch te verwijzen naar de opdeling van sociale groepen en hun hiërarchische volgorde. 

Image courtesy of the Video Data Bank at the School of the Art Institute of Chicago, vdb.org

Yvonne Rainer

De beweging die met scherpte en precisie wordt waargenomen in Hand Movie (1966), is die van een gefragmenteerd en gedesindividualiseerd lichaam. De eerste kortfilm van de choreografe en danseres Yvonne Rainer (° 1934, San Francisco, Calif. USA) (mede-oprichtster van het Judson Church Theater, waartoe ook Robert Morris behoorde), toont de choreografie van een hand in close-up (in feite die van de kunstenaar zelf, op dat moment in revalidatie na een periode van bedlegerigheid), tegen een effen en neutrale achtergrond. De performance toont een reeks simpele bewegingen, waarbij de handpalm ronddraait, de vingers uitgestrekt, samenkomend en elkaar strelend. De combinaties worden complexer naarmate de film vordert, maar blijven trouw aan de principes die Rainer in haar No Manifesto (1965) uiteenzette: “Nee tegen spektakel. Nee tegen virtuositeit. “

stanley brouwn

Dezelfde objectieve terughoudendheid en materiële zuinigheid bezielen het werk van stanley brouwn (°1935, Paramaribo, Suriname – d. 2017, Amsterdam, The Netherlands), die zich evenzeer bezighoudt met het bewustzijn van de ruimte en de lichamen die zich er doorheen bewegen. Brouwn, een spilfiguur in de eerste generatie Europese conceptuele kunstenaars, heeft vanaf 1957 een rigoureus en veeleisend onderzoek verricht naar de ervaring van de concrete en meetbare werkelijkheid. Daartoe nam hij een positie in van radicale subjectieve terugtrekking: de kunstenaar weigerde elke iconografische, kritische of biografische bemiddeling van zijn werk. Het enige wat telt is de ontmoeting met het werk in het hic et nunc van de tentoonstelling, met inbegrip van de architecturale context: hier onderstreept een houten constructie, een soort open cabine, de hoek van een muur, daar worden de materialen waaruit een wand bestaat aangegeven door een potloodtekening en een eenvoudig etiket.

François Morellets

Kritiek op de conventies van de concrete tentoonstellingsruimte en op de ongegronde autonomie van een kunstwerk komt tot uiting het werk van François Morellet (° 1926 – d.2016, Cholet, Frankrijk). Zo verleggen zijn zelfklevende rasters de grenzen van een schilderij, of creëert hij “schilderijen in situatie”. ”Eindelijk leeg, [begonnen ze] hun eigen leven te leiden, zich te bevrijden van de dictatuur van het onvoorwaardelijke parallellisme aan de muur en de vloer. Deze vrijheid houdt inderdaad spoedig op, hetzij voor het dictaat van een laatste verloren rechte lijn, hetzij, zoals altijd, voor strenge, eenvoudige, voor de hand liggende, precieze, absurde systemen.” De quasi-monochromen zijn op een ongebruikelijke manier geplaatst – aan de rand van een muur, onder een ongebruikelijke hoek, spelend met de orthogonale norm. Zo ensceneert de iconoclastische kunstenaar de botsing van twee logische systemen, dat van de voorstelling en dat van de representatie van het kunstwerk. 

Jo Baer

De vraag naar de zintuiglijke waarneming van de schilderkunst onderschrijft ook de artistieke praktijk van Jo Baer. (°1929, Seattle, Wash. USA) Met een opleiding in teken- en schilderkunst, maar ook in biologie, Gestalt psychologie en fenomenologie, onderzoekt Baer de perceptuele kwaliteiten van de fundamentele picturale elementen en hun interactie: drager, vorm en kleur – op een monochrome achtergrond. Baer startte in 1970 met een reeks “volumeschilderijen”, die zo laag mogelijk bij de grond worden opgehangen. Hiermee bereikte ze naar eigen zeggen een soort “handigheid”, een “goocheltruc”: door gekleurde curven over het voorvlak van het doek naar de zijkanten te laten lopen, creëert de kunstenaar een nieuwe picturale schepping die zowel reliëf als beweging projecteert.

Robert Morris

De onvoorzienigheid van materie, en vooral diens kneedbaarheid, vormen de kern van Robert Morris’ (°1931, Kansas City, MO. USA -d, 2018, Kingston, NY. USA) Felt Pieces. De multidisciplinaire Amerikaanse kunstenaar startte in 1967 met deze doorlopende reeks werken, die uitdrukking geven aan de beginselen over proces en anti-vorm die hij onderzocht in zijn geschriften. Grote secties industrieel vilt worden in eenvoudige geometrische patronen gesneden, die pas hun definitieve vorm krijgen wanneer ze aan de muur zijn bevestigd. Onderhevig aan de zwaartekracht en de manier van ophangen, manifesteert het werk zich, soepel en rigide tegelijkertijd. De intentionele inzakking laat toe dat deze monumentale werken, die gewichtig tot leven lijken te komen in de beweging die ze evoceren, zich volledig kunnen ontvouwen in de ruimte. 

Marion Baruch 

Marion Baruch (°1929Timișoara, Romania), een onlangs herontdekte kunstenares die sinds de jaren 1950 schilderkunst, beeldhouwkunst, installaties, performances en collectieve creatie combineert, heeft op 80-jarige leeftijd een nieuwe creatieve wending genomen. Sinds 2009 is zij geïnteresseerd in het restmateriaal en het afval van de textielindustrie. Tegenover overconsumptie en buitensporige exploitatie van grondstoffen, suggereert Baruch een soepele en variabele geometrie, ten behoeve van herwaardering. Haar gevonden materialen worden zorgvuldig geselecteerd; meestal monochroom, altijd flexibel, en worden vervolgens eenvoudigweg aan de muur of aan het plafond opgehangen. Sommige installaties strekken zich weids uit: de Trajectories structureren en belemmeren tevens de ruimte die hen ontvangt: door een alternerend spel van holtes en volumes, genereren deze werken een haast incidentele schoonheid.

Our last news